U bevindt zich hier: Home > De opname (1)

De opname (1)

Ik stap de bus uit aan de Groningensingel in Arnhem. Met lood in m’n schoenen loop ik de kliniek binnen, tas in m’n hand en de denkbeeldige rugzak hangt als een zware last aan m’n schouders.

Alles is nieuw: voor ’t eerst het vooruitzicht zo lang van huis te zijn, andere, onbekende mensen om me heen: junks, alcoholisten en ander gespuis.
Ik sta in de grote hal, links van me de receptie en aan het eind een aantal deuren met de opschriften Detox, KBA en KBB. Ik meld me bij de receptie en wordt enige tijd later opgehaald door een vriendelijke vrouw. We lopen naar de deur KBA. Dit is dus de afdeling waar ik me de komende maanden thuis moet gaan voelen.

De deur wordt voor me geopend, daarachter  bevindt zich weer een hal met deuren. Ik word naar de glazen deur geleid waarachter zich een huiskamer bevindt. M’n spullen kan ik achterlaten in de hal. In de huiskamer zit een aantal mensen koffie te drinken in de zithoek. Allen kijken me aan, ik voel me als een kind dat voor het eerst de kleuterschool bezoekt.

"Goedemorgen", klinkt het vanuit de zithoek, "welkom". "Neem plaats! Koffie?" Ik neem plaats op de bank en kijk schuchter om me heen: vrouwen en mannen, jong en oud. Nogmaals: "Welkom!" Iemand schenkt me een kop koffie in en vertelt dat er nóg een nieuwe komt en daar wachten we nog even op. Even later wordt nog iemand binnengeleid, het ritueel herhaalt zich. Ik voel me bekeken en wil hier zo snel mogelijk weg: wat zijn dit allemaal voor mensen, ben ik hier wel op m’n plek. Ik drink immers al een paar weken niet meer, dus wat heb ik hier dan nog te zoeken?

De stilte wordt doorbroken: "We zullen ons even voorstellen". Ieder, op het rijtje af, zegt zijn naam, leeftijd en waarom hij hier zit. Het valt me op dat er gelukkig nogal wat alcoholverslaafden aanwezig zijn. Naarmate mijn beurt nadert, gaat m’n hart sneller kloppen, mijn keel droogt uit en mijn gedachten springen van hot naar her: wat moet ik zeggen?

’t Is mijn beurt, nu moet ik. "Eh, mijn naam is Rob Smaal, ik ben 49 jaar en ik kom hier voor mijn alcoholverslaving". Dat was het, gelukt! Als het voorstelrondje voorbij is wordt me een 'wegwijzer' toegewezen, zij gaat me de eerste week begeleiden en vertellen hoe het allemaal in z’n werk gaat in deze kliniek. Daarna is er tijd om de (inmiddels lauwe) koffie op te drinken. Ik kijk om me heen de ruimte in en hoop dat er snel een eind komt aan dit alles.

Mijn wegwijzer verlost me uit de situatie: "Zal ik je de kamer wijzen boven?" We lopen de hal in, ik pak mijn spullen en we lopen de trap op. Aan het eind van de gang links, is mijn kamer. We gaan naar binnen, de kamer ziet er netjes uit: een bed, een kast en een tafel met stoel, daarboven een leeg prikbord. Dit wordt dus mijn domein waar ik me kan terugtrekken. "Hier is je sleutel, pak je spullen maar uit, over tien minuten heb je een gesprek met je pb-er.” "Pb-er? Wat is dat?" "Oh, dat is je persoonlijk begeleider."

Wordt vervolgd