U bevindt zich hier: Home > Publicaties > verslag ‘WHAT IS STILL IN IT FOR ME?’

verslag ‘WHAT IS STILL IN IT FOR ME?’

WHAT IS STILL IN IT FOR ME?’
Longterm Forensic Psychiatric Care, Individual Perspectives, Good Lives Model in relation to Recovery and Ward Climate
The EU COST Action IS 1302, supported by and cooperating with the Pompefoundation, organises an invitational conference on Good Lives Model, Recovery and Ward Climate. The influence of these models will be discussed within the future perspectives of Longterm Forensic Psychiatric Care. Keynote speaker is Dr. Gwenda Willis (colleague of Dr. Tony Ward) from New Zealand. She is an expert on the Good Lives Model. Dick Boonman regarding recovery in forensic Psychiatry.

Een verslag over de invitational conference van 20 april 2017.
door: Jerry Bélanger 

Na ruim een uur rijden kwamen Rick Kamphuis en ik aan op het terrein van de Pompekliniek in Zeeland.(NB) We werden onderworpen aan een grondige screening bij binnenkomst waarbij mobiele telefoons niet toe waren gestaan. Daarna konden wij aansluiten bij een internationale groep mensen bestaande uit wetenschappers, psychologen, professoren, psychiaters en sociotherapeuten vanuit 19 Europese landen en Dr. Willis uit Nieuw-Zeeland. Wij werden welkom geheten door drs. Peter Braun manager van de Pompestichting met een vriendelijk woord en koffie. Al snel daarna werden wij opgedeeld in vijf groepen om de rondleiding over het terrein te mogen ervaren. Mooi vond ik hieraan dat bewoners van de longstay waren ingezet om samen met werknemers van de kliniek deze rondleiding te verzorgen. Omdat longstay in dit geval betekent dat de bewoners gemiddeld tien jaar of langer verblijven in de instelling, is er ingezet op een open structuur, waarbij de sociale controle onder de bewoners duidelijk aanwezig is.  Dit is terug te zien in de beveiliging waarbij er van transparante hekken gebruik word gemaakt, en er dus geen muren omheen staan. Het psychologisch effect is dan ook dat ik mij niet opgesloten voelde. Het gevoel van beheersing kreeg ik wel toen wij de woon-unit mochten bekijken. Hier heeft elke bewoner(81 personen) een eigen kamer welke na 21.45 uur tot 8.45 uur op slot gaat en de bewoner wel de mogelijkheid heeft om gebruik te maken van zijn of haar balkon, welke voorzien is van tralies.                                                                                        Er zijn dus twee vrouwelijke bewoners woonachtig in de kliniek. Volgens Peter en Joop(bewoner) gaat dat prima samen en hebben de bewoners onderling geen problemen met het gender verschil.   De afvaardiging uit Finland verbaasde zich over deze wijze van beheersing, en vertelde dat het in zijn land niet mogelijk zou zijn i.v.m. privacy wetgeving. Daar blijven de kamers dus open gedurende de nachtelijke uren. Ik zag een duidelijke overeenkomst qua beheersing met mijn werkomgeving. Echter de inrichting en donkerte van de kamers kwam op mij deprimerend over.
We zagen ook de verschillende paviljoens waar er kan worden gewerkt om de dagbesteding te motiveren. Ook hierbij viel mij op dat er wordt uitgegaan van de bewoner zijn mogelijkheden en zijn wensen. Daarnaast zoekt de kliniek binnen de directe omgeving van het dorp Zeeland contact met de bevolking middels opdrachten van buitenaf om bijvoorbeeld je fiets of brommer te kunnen laten repareren, meubels op bestelling aan te bieden, e.d.                                                                                        Op de vraag of bewoners geen antisociaal of agressief gedrag vertonen wanneer zij de gevaarlijke machines/ gereedschappen hanteren, kon Peter ons verzekeren dat dit zelden of nooit voorkomt omdat zij een beleid hanteren waarbij gekeken wordt naar de eigenverantwoording van de bewoner, en er daarnaast een strak beleid wordt gevoerd wanneer er gereedschap zou ontbreken tussen de middag en aan het einde van de dag.                                                                                        Een over-all van de rondleiding stemde mij zeer positief, te meer ook omdat het Tbs-systeem in Nederland eigenlijk hoofdzakelijk negatief in het nieuws komt, en wij er als Nederlanders geen idee van hebben hoe het er binnen een Tbs-kliniek aan toe gaat. Ook daar valt er dus nog veel te behalen om deze vorm van forensische zorg uit haar stigma te trekken.       

Na de rondleiding was er een lunch met soep een broodjes, en zat ik aan een tafel samen met Rick en Joop. Wij vonden het belangrijk om in contact te blijven met de bewoner en hem informeel naar een aantal zaken te vragen over zijn ervaringen binnen de kliniek. Joop is een actief lid van de bewonersraad, en vertelde dat de kliniek binnenkort zeven appartementen laat bouwen waarbij de bewoners die zijn geselecteerd, in aanmerking komen om de volgende stap naar buiten te mogen maken. Dus door zelfstandig op het terrein te kunnen gaan wonen en oefenen. Een prachtig initiatief.

Na de lunch startte de conferentie met een presentatie van Dick Boonman. Dick is afgestudeerd ervaringsdeskundige en werkt bij de Woenselse poort. In zijn presentatie vertelde hij veel over herstelondersteunende zorg. Zeer herkenbaar omdat zowel Rick als ikzelf deze stof in het eerste blok van onze opleiding onderwezen hebben gekregen. Het boek van Jos Droes werd dan ook regelmatig geciteerd. Echter zagen wij wel een verschil tussen de psychische aandoeningen en de zelfde aandoeningen binnen een forensische klimaat, waarbij het mijns inziens van nog meer belang is voor cliënten om ook te kunnen vertellen over de stukken drang en dwang. Overigens voor iemand die de presentatie voor de eerste keer gaf, deed Dick het uitstekend. Om de herstel methodieken duidelijk uit te leggen, in het Engels, aan een groep mensen die nog ver achter ligt ten opzichte van Nederland als het gaat over peerwork, voelde ik mij erg trots door de vertolking van deze man.

De presentatie van de pompestichting zelf over de Ward climate (behandel klimaat) vond ik niet goed uit de verf komen. Naast enkele praktijkvoorbeelden en gedeelde ervaringen welke goed te volgen waren, bestond deze presentatie merendeels uit de uitleg van statistieken en onderzoeken. Mijns inziens een gemiste kans om een professionele brug te kunnen slaan tussen de verschillende behandelwijzen die worden gehanteerd binnen Europa.

De bevlogenheid van Prof Gwen Willis werkte erg aanstekelijk. In haar vlot lopende uiteenzetting over haar proefschrift “the good life” https://unidirectory.auckland.ac.nz/profile/g-willis  gaf zij in een uur weer welke tien punten uit haar boek er toe doen om een positief effect op het leven van forensische cliënten te kunnen bewerkstelligen. Het mooie in haar presentatie vonden Rick en ik dat zij het hoofdzakelijk vanuit haarzelf, en haar eigen ervaringen wist te brengen en is haar verhaal ook prima te vertalen naar mensen zonder stoornis. Ik zag duidelijk overeenkomsten met pioniers als Mary E. Copeland vanuit recovery, waarbij ik het nog wel zie gebeuren dat ook “the good life” een beweging kan gaan worden die een breed draagvlak zou kunnen krijgen. In ieder geval zou moeten verdienen.

Op weg naar huis kwamen Rick en ik tot de conclusie dat de mate van zorg altijd weer afhankelijk blijft van budgetten. Daarom bestaat er, naar ons idee nog een groot verschil binnen de landen in Europa hoe er wordt omgegaan met cliënten binnen de forensische zorg. Te meer ook omdat wanneer er bezuinigingen plaats vinden, de zorg in het algemeen als eerste deze klappen te verduren krijgt. Natuurlijk is dit niet de enige reden, maar wel een hele belangrijke, en noodzakelijke reden om ook in de toekomst de kwaliteit van leven, en het aanbod van behandelingen binnen forensisch zorg te kunnen blijven verbeteren.